Vele godzoekers zijn ons voorgegaan. Zij leefden dicht bij de bron en raakten ‘vol van God’. Gaven taal en teken van hun liefde.
Op deze pagina vindt u regelmatig teksten van hen tot voedsel en overweging.

Archief Bronwater

Geertrui van Helfta (1256-130)
Cisterciënzerin in het klooster Helfta in Eisleben, Duitsland. Zij is één van de grootste middeleeuwse mystici.
De liefde van God, die altijd eerst is, staat centraal in heel haar spiritualiteit en beleving.

Het hart werd door God geschapen om de geestelijke vreugde te omvatten zoals een vaas water bevat. Maar indien deze vaas die water bevat, door uiterst kleine gaatjes het water laat ontsnappen, kan die het water helemaal verliezen en uiteindelijk totaal droog staan. Zo is het ook met de geestelijke vreugde die opgeslagen is in het menselijk hart. Indien dit hart leeg loopt door lichamelijke zintuigen, zoals het zien, het gehoor en de andere zintuigen vrij spel laat, zal dat hart eindigen met zich te verliezen en blijft het leeg voor elke vreugde in God. Dat kan een ieder in zichzelf ondervinden. Wanneer het een mens behaagt iets te zien of een woord te horen, terwijl dit zien en horen van weinig nut of van geen nut is, wordt de geestelijke vreugde voor niets gehouden en loopt weg als water. Maar wanneer hij integendeel zich voorneemt omwille van de liefde van God aan die verlangens te weerstaan dan neemt het geestelijke genot in zijn hart zozeer toe dat hij het nauwelijks kan beheersen. Als dus een mens zich weet te bedwingen in zulke omstandigheden, verkrijgt hij de gewoonte in God zijn genot te vinden. Hoe zwaarder het hem valt dit te doen, des te vruchtbaarder begint hij in God zijn genot te vinden” (B.3,30, Ned.vert. Deel I, p.320).

 

Wie ben ik, o mijn God, liefde van mijn hart? Helaas, Helaas, dat ik zo weinig op u gelijk. Zie, ik ben als een heel klein druppeltje van uw goedheid, en u bent een oceaan die totaal gevuld is met uw zoetheid. O liefde, liefde, open, open voor mij, die zo klein is, uw schoot van uw goedheid (pietas); open voor mij alle hemelsluizen van uw zachte vaderschap; doe over mij alle bronnen van de onuitputtelijke diepte van uw oneindige barmhartigheid opwellen. Moge de draaikolk van uw liefde mij verzwelgen. Moge ik opgeslokt worden in de diepte en de oceaan van uw barmhartige goedheid (pietas). Moge ik verdwijnen in de zondvloed van uw levende liefde zoals een druppel verdwijnt in de zee, in de diepte van haar uitgestrektheid. Moge ik sterven, moge ik sterven in de stortvloed van uw oneindige en uw immens mededogen, zoals een vonk van vuur in de onstuimige stroming van de rivier. Moge de dauw van uw liefde mij omstrengelen. Moge de beker van uw liefde mij het leven benemen. Moge het geheime opzet van uw zeer wijze liefde in mij de glorierijke dood van liefde bewerkstelligen en voltooien, die liefde die leven geeft. Daar, zal ik mijn leven in u verliezen, daar waar u leeft in eeuwigheid, o mijn liefde, God van mijn leven. Amen.” (Oefeningen 4. Ned.vert. Deel II, pp.477-478).