Vele godzoekers zijn ons voorgegaan. Zij leefden dicht bij de bron en raakten ‘vol van God’. Gaven taal en teken van hun liefde.
Op deze pagina vindt u regelmatig teksten van hen tot voedsel en overweging.

Archief Bronwater

Willem van St.-Thierry, cisterciënzer – 12de eeuw
Uit zijn ‘Inleidend woord’ op zijn Hoogliedcommentaar, nrs 1.3.25

Heer onze God, die ons geschapen hebt naar uw beeld en gelijkenis (Gen 1,26) om U te beschouwen en U te genieten, U die niemand genietend kan beschouwen tenzij in zover hij op U gelijkt (1 Joh 3,26).  O glans van het Hoogste Goed die iedere redelijke ziel door verlangen naar U aantrekt, en des te vuriger naar U toe, naarmate ze innerlijk zuiverder is, en des te zuiverder naarmate ze vrijer is van het lichamelijke ten voordele van het geestelijke: bevrijd van de slavernij aan het bederf datgene in ons wat U alleen moet dienen, onze liefde…

Heer, maak haar vrij in ons; dat met zuivere minne U moge liefhebben uw bruid, de christenziel, zo rijk begiftigd met uw Bloed als bruidsschat en uw Geest als onderpand; dat ze onder de kommervolle beklemmingen van dit leven, afkerig van haar zwerftocht ver van U, en een al te langdurig verblijf in het vreemde land (Ps120,5), voor U haar minnelied zingen mag (Ps 137,4), dat ze mag herademen, en de pijn haar lichter wordt. Moge zij van U doordrongen worden en ondertussen vergeten waar ze is. Moge ze iets ontvangen, waardoor ze inziet wat haar ontbreekt (Ps 39,5). Nu is het tijd om barmhartig te zijn, nu is de tijd gekomen. Ge hebt haar meegelokt en weggevoerd de eenzaamheid in, om daar tot haar hart te spreken (Hos 2,16). Spreek dan en zeg tot haar, zeg tot haar hart: Ik ben uw heil (Ps35,3)…

O Liefde,     (O Liefdebedoeld wordt: de heilige Geest!)
waaraan iedere liefde haar naam ontleent,
ook de lichamelijke, en zelfs de ontaarde liefde,
Heilige en heiligmakende Liefde,
zuiver en zuiverend,
levenschenkend leven,
open voor ons uw heilig lied,
ontsluier het mysterie van uw kus,
en de diepe zin van uw gefluister,
waarmee Ge in het hart van uw zonen
betoverend zingt over uw kracht
en het zalig genieten van U.
Leer ons uw geheime wenken te verstaan,
waardoor U zich bekend maakt aan uw vertrouwelingen,
aan hen die U eerst zuivert van onreinheden, opdat ze de ontvankelijkheid voor U verwerven. Samenwonen met onzuivere begeerten en genoegens acht U beneden uw waardigheid
en dat bent U ook aan niemand verschuldigd,
want U bent van omhoog en U trekt mee naar boven.
Maar zij zijn allen van beneden.
Leer ons dat oord binnengaan,
waar die bewonderenswaardige Woontent staat,
en doordringen tot aan het verblijf van God,
met een stem die de klank heeft van iemand die aan een feestmaal deelneemt
onder gejubel en lofprijzing.
Leer ons binnengaan in die toestand van de geest (Ps 42,5.6),
waarin de tafelgenoot,
– of liever hij die van tafel opstaat met nog grotere honger –
uitroept: “Dat Hij me kusse met een kus van zijn mond”.