
In de dagelijkse omgang spreken we elkaar aan met ‘broeder’.
We zijn verbonden. Dat is meer dan gezellig onder elkaar. Vanuit deze onderlinge verbondenheid bouwen wij aan een gemeenschap waar respect en vrede centraal staan.
Dit gemeenschapsleven krijgt gestalte door gemeenschappelijke activiteiten.
Ons gemeenschapsleven manifesteert zich door samen te bidden, de maaltijden te gebruiken, de Schrift te overwegen en de onderrichtingen van Vader Abt te ontvangen.
Onze witte kovel of monnikskleed is uitdrukking van onze gezamenlijke toewijding aan God. Als trappisten zijn we lid van een wereldwijde Cisterciënzerorde.
Leven vanuit een regel

Van buitenaf bezien lijkt zo’n klooster – zeker bij trappisten – streng en rigide. Maar als dit het kernmerk van het monnikenbestaan uitmaakt, blijft ons leven eng en schraal.
Neem nu die Regel van Benedictus voor monniken.
Ruim 1500 jaar geleden geschreven.
Toegegeven: er gaat iets strengs van uit en soms ook gedateerd.
Waarom volgens we dan die regel eigenlijk, een leven lang?
Dat doen we omdat we, zoals iedereen, verlangen naar het leven. Echt leven.
De proloog van de Regel van St Benedictus stelt het zo: “Zie, in zijn goedheid toont de Heer ons die weg ten leven.”
En waar leidt dat leven toe?
Nog volgens diezelfde Regel: “Laat u vooral niet afschrikken en ontvlucht niet de weg van het heil die aanvankelijk altijd nauw is. Naarmate iemand voortgang maakt in het monniksleven en in het geloof, verruimt zijn hart zich en snelt hij met een onuitsprekelijk blijde liefde voort.”
Elke dag bidden vraagt discipline. Heb je eenmaal door dat je door dit bidden leert stil te worden, dan komt er in je hart ruimte vrij om te luisteren naar Gods woord van liefde. Een onuitsprekelijk blijde liefde. Meister Eckhart : “Wij bidden niet. Wij worden gebeden”.
En dat vele bidden, wordt dat niet saai?
Van buitenaf gezien lijkt zo’n kloosterleven streng en rigide.
Maar als dit de essentie van het monnikenbestaan is, blijft het schraal. Het gaat over iets anders. Het hart van de monnik dient te rijpen tot een zoete en milde vrucht.
Leven als trappistenmonnik, is dat in woorden samen te vatten?
Moeilijk omdat ieder mens zijn eigen verhaal heeft.
Het is een eenvoudig en sober bestaan. Een stil leven dat we delen als broeders, waarin we zoals ieder mens moeten leren loslaten om vrij te worden.
Onze diepste identiteit hangt niet af van onze specificiteit.
Br Manu: “Wanneer we dit uit het oog verliezen, dreigen we te blijven hangen bij de exotische kant van ons monnikenleven, bij wat eigenaardig is, anders dan anders.
Er is namelijk een gevaar dat we het specifieke gaan verwarren met het essentiële.
Want het meest essentiële hebben cisterciënzers gemeen met alle christenen. Ik wil zelfs nog een stap verder gaan: cisterciënzerleven is pas zinvol als het ten volle leven is, als het een weg van mens worden is.”
Druk hier voor een samenvatting van het leven van Benedictus, man van God
Monnik worden
Het gastenhuis is de uitgelezen plek om dieper kennis te maken met het monastieke leven.
Mensen komen hier op bezinning, individueel of in groep.
Ze komen, gaan, en komen terug.

En soms gebeurt het. Iemand wordt geraakt,
voelt zich geroepen tot dit leven.
Om hierin tot meer inzicht te komen is er mogelijkheid tot gesprek met een broeder.
Een eventuele kandidaat kan enkele keren het gastenhuis bezoeken. Nadien kan hem de kans geboden worden tot een verblijf binnen de gemeenschap.
Na de intrede leeft de kandidaat een jaar als postulant in het klooster.
Daarop volgt gedurende twee jaar het noviciaat waarin hij verder ingewijd wordt in het monastieke leven.
Daarna kan de novice zich voor drie jaar aan de gemeenschap binden.
Na een verblijf van ongeveer 6 jaar verbindt de kandidaat zich met God en de gemeenschap door een monastieke professie – voor het leven.
U kunt ons contacteren via brief, telefoon of email.
br. novicenmeester
Sint Sixtusabdij
8640 Westvleteren
+ 32 (0)57 40 03 76