De heilige Benedictus, man van God

De heilige Benedictus van Nursia (Umbrië 480-547) ligt aan de basis van het Westerse kloosterleven en is de stichter van de orde der Benedictijnen.

In de biografie ‘Het Leven van de heilige Benedictus’ – eigenlijk een hagiografie – schetst de kerkvader Paus Gregorius (540 – 604) het beeld van de gezegende (benedictus) die uitgroeide tot heilige.

Benedictus stamt uit een adellijk geslacht en wordt op zijn twintigste door zijn ouders naar Rome gestuurd om er de ‘artes liberales’ te studeren en een politieke carrière uit te bouwen. Maar het geloofsverval, de oorlogsdreiging en de decadentie van de Eeuwige Stad stuiten hem tegen de borst. Hij besluit naar het afgelegen Affili te trekken om er, samen met zijn opvoedster, in gebed en onthechting een man van God te worden.

Hans Memling, Seleigenstadt 1435-Brugge 1494

Deze zoektocht brengt hem tot de bekende ‘Regel voor monniken’. Een soort praktische gids voor broeders op weg naar God. De neerslag van zijn eigen ‘queeste’ die hij met vallen en opstaan tot een goed eind brengt.

Benedictus groeit uit tot een grote heilige. Wel niet zonder een vlekkeloos parcours. Zijn ijver en gedrevenheid dragen het risico in zich om hem van zijn oorspronkelijke doelstellingen te doen afwijken. Gregorius spreekt over drie bedreigingen.

De eerste: de verleiding van de prestatiezucht. Zijn streng en ascetisch leven zorgt voor de nodige faam en levert hem aanbidders op die gretig zijn hulp inroepen. Benedictus ervaart de verlokking van ijdelheid. Zijn ascetische prestaties brengen niet langer God maar zijn eigen persoon onder de aandacht. Als antwoord kiest Benedictus voor radicale eenzaamheid.

Hij trekt zich terug in een grot in Subiaco waar hij gedurende drie jaar in totale onthechting leeft. Een kluizenaar alleen met God, alleen voor God.

Die levenswijze houdt opnieuw een uitdaging in. Zijn totale toewijding aan God maakt hem streng en radicaal voor zichzelf en anderen.

Dit blijkt uit een voorval in het klooster van Vicovaro waar de gemeenschap hem als abt wil aanstellen. Door zijn hard en rechtlijnig optreden komen de monniken echter in opstand. Ze willen hem zelfs vergiftigen. Een tweede les voor Benedictus. Naast het consequent zoeken naar God moet er plaats zijn voor gematigdheid en evenwicht.

Het derde gevaar houdt verband met zijn wettische benadering van het geloof die resulteert in het strikt naleven van de voorschriften. Dit wordt duidelijk tijdens de jaarlijkse ontmoeting van Benedictus met zijn tweelingzus Scholastica. Gregorius verhaalt hoe hun hartelijk weerzien hen in vervoering brengt en ze de tijd uit het oog verliezen. Benedictus wil het gesprek stopzetten en zoals de regel voorschrijft, de nacht in zijn klooster doorbrengen. Scholastica opteert voor het verderzetten van hun geestelijke dialoog. Omdat Benedictus voet bij stuk houdt, richt Scholastica zich biddend tot God. Plots breekt er een hevig onweer los en kan Benedictus niet meer vertrekken. Dit doet hem inzien dat liefde en leven voorgaan op de wet.

Door dit groeiproces begrijpt Benedictus hoe belangrijk het is zijn eigen overtuigingen los te laten om de zoektocht naar God zo open mogelijk te laten verlopen.

Dit doet hem ook de rol van gehoorzaamheid inzien: los van zijn eigen persoon plaats laten voor God. Gehoorzaamheid creëert stilte, zorgt voor ruimte en tijd om Hem zo zuiver mogelijk te horen en te kunnen volgen.

Wie God zoekt, sluit zich daarom, volgens Benedictus, best aan bij een gemeenschap die een regel hanteert en onder de leiding van een abt staat. De gemeenschap van medebroeders fungeert als spiegel. De regel schept een levenskader voor de monnik. De abt verwijst naar de figuur van Christus. Voor Benedictus is immers de Liefde van Christus de absolute maatstaf.

Vanuit deze elementen: gemeenschap, regel en abt, kan de broeder uitgroeien tot een ware man van God.